Kinderen voelen vaak meer dan we denken.
Ze zien het aan je gezicht, horen het aan je stem, merken dat je stiller bent of voelen dat er spanning in huis hangt. Ook als je niets zegt, neemt een kind de onderstroom waar.
En juist daarom is het belangrijk om als ouder iets te delen over wat er in je omgaat.
Niet je volwassen zorgen, relatieproblemen of persoonlijke thema’s. Die hoef je niet bij je kind neer te leggen. Maar wél op een manier die klopt bij wat je kind waarneemt.
Bijvoorbeeld:
“Ik ben vandaag wat stiller. Ik zit een beetje met mijn hoofd vol. Het heeft niets met jou te maken. Ik heb gewoon even wat tijd nodig.”
Daarmee geef je je kind een belangrijke boodschap: wat ik zie en voel bij papa of mama klopt met wat er gezegd wordt.
Wanneer een ouder zichtbaar gespannen, verdrietig of afwezig is, maar zegt dat er niets aan de hand is, ontstaat er iets anders. Het kind voelt: er is iets, maar ik mag het niet weten.
En kinderen gaan dan vaak zelf betekenis geven aan wat ze waarnemen.
Doe ik iets verkeerd?
Is mama boos op mij?
Ben ik lastig?
Moet ik beter mijn best doen?
Moet ik zorgen dat het weer goed gaat?
Zo kan een kind een eigen verklaring ontwikkelen voor iets wat eigenlijk bij de ouder hoort.
Door eerlijk te zijn op een kindveilige manier, hoeft een kind niet te dragen wat van jou is én hoeft het niet zelf in te vullen wat er aan de hand is.
Je laat daarmee eigenlijk zien:
“Je mag voelen wat je voelt. Ik mag voelen wat ik voel. En mijn gevoel is niet jouw verantwoordelijkheid.”
Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die je je kind kunt leren over emoties: je hoeft ze niet te verbergen, maar je hoeft ze ook niet bij een ander neer te leggen.
Reactie plaatsen
Reacties