Verbindend ouderschap: door een kind bekeken

Gepubliceerd op 22 januari 2026 om 09:15

Veel ouders proberen opvoeden “in verbinding”. Ze willen rekening houden met gevoelens, nabij blijven en toch grenzen stellen. Maar hoe voelt dat eigenlijk voor een kind? Wat merkt een kind daarvan in het dagelijks leven?

Voor een kind zijn emoties vaak groot en overweldigend. Boosheid, teleurstelling of verdriet kunnen ineens alles overnemen. Op zo’n moment is een kind niet bezig met luisteren of leren. Het zit vast in het gevoel. Wat het dan vooral nodig heeft, is een ouder die helpt om weer tot rust te komen. Niet door het gedrag meteen te corrigeren, maar door nabij te blijven.

Wanneer een ouder rustig blijft en laat merken dat het contact niet verdwijnt, voelt een kind zich veiliger. Het leert: ik hoef dit niet alleen te dragen. Dat betekent niet dat het gedrag ineens stopt, maar wel dat het kind de ruimte krijgt om weer te landen. Dat wordt extra duidelijk bij grenzen. Kinderen hebben grenzen nodig om zich veilig te voelen. Ze geven houvast en duidelijkheid. Tegelijkertijd is het voor een kind vaak lastig om een “nee” te verwerken. Als een grens wordt gesteld met boosheid of afstand, voelt dat voor een kind al snel als afwijzing. Het gaat dan minder over de grens zelf en meer over het gevoel dat de verbinding onder druk staat.
Wanneer diezelfde grens wordt gesteld met begrip voor het gevoel van het kind, blijft de relatie intact. Het kind merkt: ik mag teleurgesteld zijn, en mijn ouder blijft toch bij me. Dat helpt een kind om frustratie te leren verdragen, iets wat het niet vanzelf kan.

 

Door dit soort ervaringen leert een kind belangrijke dingen over zichzelf. Het leert dat gevoelens erbij horen, ook de lastige. Dat het niet perfect hoeft te zijn om geliefd te blijven. En dat spanning in een relatie niet het einde betekent, maar iets wat weer hersteld kan worden.

Veel ouders zijn bang dat ze het verkeerd doen als ze niet altijd rustig blijven. Maar verbindend ouderschap gaat niet over alles goed doen. Kinderen leren minstens zoveel van momenten waarop het misgaat en daarna weer wordt goedgemaakt. Een ouder die kan zeggen: “Dat ging niet zo fijn, ik was te boos,” laat zien dat fouten erbij horen en dat verbinding hersteld kan worden.

Bekeken door de ogen van een kind draait verbindend ouderschap vooral om dit: weten dat je er mag zijn, ook als je emoties groot zijn of je gedrag lastig is. Die ervaring geeft een kind vertrouwen. Niet alleen in de ouder, maar uiteindelijk ook in zichzelf.

 

Wist je dat ik er een E-book over schreef?

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.